Farah (17), depressie

Mijn oudere broer Tarek is twee jaar geleden overleden bij een auto-ongeluk. Sindsdien ben ik vaak down. Eerst kwam dat vooral door Tareks dood, maar later voelde ik me ook rot zonder dat ik wist waardoor het kwam. Die depressieve buien hielden soms dagenlang aan. Ik was dan erg stil, sloot me op in mijn kamer of hing lusteloos op een bankje in het park. Mijn zelfvertrouwen was helemaal weg en niks kon me meer schelen.


Op een gegeven moment besloot ik geen hoofddoek meer te dragen. Hierdoor kreeg ik heftige ruzies met mijn ouders. En dat werkte weer averechts: ik ging stiekem uit en begon te drinken. En dan niet één Breezer, maar tien op een avond. Ik voelde me alleen nog maar lekker als ik veel gedronken had. De dag erna was ik dan weer die zombie met sombere gedachten.


Aan mijn vriendinnen durfde ik niet te vertellen hoe ik me voelde, omdat ik bang was dat ze dat ongezellig zouden vinden. Ik speelde in het bijzijn van hen altijd mooi weer, totdat ik opeens spontane huilbuien kreeg. De eerste keer was in de supermarkt waar ik op zaterdag achter de kassa zit. Een klant viel tegen me uit, omdat ik hem verkeerd wisselgeld had gegeven. Ik raakte in paniek en begon te huilen. Ik kon niet meer op mijn woorden komen, ik trilde, ik zweette en alles was te veel. Na dat voorval vond ik mezelf niets meer waard. Ook dacht ik dat niemand me meer aardig vond. Het was één grijze mist van rotgevoelens.


Mijn ouders hadden niet in de gaten dat ik me zo ellendig voelde. Zij dachten eerder dat ik een onhandelbare puber was geworden. Maar toen vond mijn moeder me drie maanden geleden helemaal bewusteloos op bed. Ik had alle pillen geslikt die ik in huis kon vinden. Ik was wanhopig en wilde gewoon niet meer.


Mijn moeder nam me meteen mee naar een vertrouwenspersoon op school. Hij verwees me door naar de Jeugdzorg.
De hulpverlener van Jeugdzorg vond dat ik samen met mijn ouders naar een psychotherapeut moest om over onze ruzies te praten. Ook adviseerde hij me de cursus ‘Stemmingmakerij’ te doen. Dat was heel bevrijdend. Ik durfde voor het eerst over mijn depressies te praten en kreeg veel steun van de andere jongeren uit de groep.


Drinken en laat uitgaan doe ik niet meer. En gelukkig weten mijn vriendinnen nu ook dat ik in een grote dip zat. We doen weer allerlei leuke dingen waar zelfs ík blij van word.

 

Lees meer over depressie.

 

 

‘Het was één grijze mist van rotgevoelens.’ 

Fonds Psychische Gezondheid VSB Fonds