Rajan (18), dwangstoornis

Ik weet dat het raar klinkt… Ik waste mijn handen soms wel tot vijftig keer per dag, tot de vellen erbij hingen. Net zolang tot er bij mij een gevoel van veiligheid bereikt was. Mijn nagels groeiden op een gegeven moment niet meer.


De angst om besmet te raken kreeg ik een jaar geleden, toen ik op kamers ging wonen. Ik deel een keuken en badkamer met vier huisgenoten die het niet zo nauw nemen met hygiëne. Waarschijnlijk net als bij zoveel studentenhuizen, maar bij mij werkt een vies aanrecht als een rode lap op een stier. Ik zie overal bacteriën en raak volkomen in paniek.


Mijn eerste paniekaanval kreeg ik op mijn negende. Dat gebeurde in enge situaties als de kermis of het winkelcentrum. Ik begon dan te trillen en te hyperventileren, kreeg buikpijn en moest soms overgeven. Maar na een test in het ziekenhuis kon men niets vinden. Ik was kerngezond.


Bij de overgang naar het VMBO ging het volkomen mis. Ik had heel vaak de angst dood te gaan. Dat moest ik bezweren door allerlei dwangmatige handelingen. Vier keer mijn slot van mijn fiets open en dicht doen of altijd met mijn rechterbeen in bed stappen. Rechts stond bij mij voor ‘even’ en goed, links voor ‘oneven’ en niet goed.


In mijn familie was weinig ruimte voor emotie. Ik haalde hoge cijfers en werkte zeer netjes. Ik was erg bang het in de ogen van mijn vader fout te doen. Door deze angst en mijn perfectionisme durfde ik niemand te vertellen dat ik dwanghandelingen had. Men denkt bij mensen met tics vaak aan vieze, oude en verwarde mannen. Dat ben ik niet.


Ik had op een keer alles de keuken uitgezet voor een van mijn grote schoonmaakbeurten en in een van de kastjes een dode rat aangetroffen. Mijn huisgenoten vonden me bibberend van angst onder de douche. Dat bleek de ommekeer in mijn leven. Ze hebben mijn moeder gebeld. Het ging toen heel snel. Na een aantal sessies met een jeugdpsychiater was de conclusie dat ik aan een dwangstoornis lijd. Ik werd doorverwezen naar een jongerenafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Dat voelde aanvankelijk als de ultieme vernedering!


Gelukkig heb ik in het ziekenhuis anderen van mijn leeftijd ontmoet die met dezelfde problemen kampen als ik. Ik had altijd gedacht dat ik de enige was met zulke gevoelens en gedachten.
Mijn huisgenoten zijn een keer op bezoek geweest. Ik was eerst heel bang dat ze me zouden uitlachen, maar ze waren juist blij me te zien. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar weet dat ik van mijn tics af wil. Door therapie, medicijnen en mijn eigen wil maak ik kleine stappen. Ik hoef nu niet meer telkens mijn handen te wassen als ik een deurknop heb aangeraakt!

 

Lees meer over een dwangstoornis.

 

 

‘Mijn huisgenoten vonden me bibberend van angst onder de douche.’ 

Fonds Psychische Gezondheid VSB Fonds